23-07-17

Alveringem, maandag 23 juli 1917

Sinds eergisteren is de 2de legerdivisie weer aan 't werk in de sector Diksmuide. Jean schrijft een brief aan zijn ouders in Londen.

"We zijn nu niet meer in een toestand van zotte uitgaven, maar we zijn nog altijd goed gelogeerd en hebben nog flink wat welvaart. Sommigen zijn zelfs blij dat we deze dure plaats konden verlaten!

Gelukkig heb ik een goede voorraad. Dat is onontbeerlijk, want in tijden van oorlog telt alleen het geld (behalve dan het certificaat van afgewerkte studies[1] !!)

'Les premiers 100.000' heb ik helemaal uitgelezen en ik vond het een goed boek: heel goed geobserveerd. Eindelijk een auteur die het soldatenleven echt begrijpt en die praat over officieren zoals ze allemaal zouden moeten zijn [2]. Het beschrijft de schitterende organisatie van het Engelse leger, zoals wij dat enkele dagen geleden nog konden zien [3]. We zagen veel kaki's passeren, allemaal hetzelfde uitgerust en in orde. Wat ons het meest trof, waren hun mooie uniformen en het misprijzen van de Engelsen voor onze officieren.

Ik verzeker je dat er een groot verschil is tussen hoe ze zijn aan het front of in Londen. Hier dragen ze geen chique uitgangskledij. Ze zijn hetzelfde gekleed als de mannen en dragen een grote scheepszak op hun rug, hun draagtas en hun materiaal van officier. We zagen er zelfs die een geweer droegen. Is er een stimulerender voorbeeld voor de vermoeide mannen dan die rijkeluiszoontjes in hun rangen te zien, nog zwaarder beladen dan zijzelf en die, tijdens de lange marsen, dezelfde miserie doorstaan, als zijzelf? De onze, toch velen, zijn nog te goed om hun regenjas te dragen. Ze lopen naast de colonne om geen last te hebben van het stof en roken een dikke sigaar, terwijl de piotten plooien onder het gewicht.

In deze oorlog zijn er weinig goed gefundeerde meningen: meedoen met wat iedereen doet, is de norm.

Doe niet aan een ander wat je niet wil dat men aan jou doet, en omgekeerd. Daarvan zag ik gisteren een mooi voorbeeld. We doen nog steeds hetzelfde vervelende werk: een hele nacht lang loopgraven maken. Vertrekken bij valavond en terugkomen als de dag begint. Ik hoef natuurlijk niet te werken, maar ik doe het toch, want het stimuleert de inzet van de groep. We hebben deze nacht dan ook prachtig werk geleverd.

Om op mijn onderwerp terug te komen, de passage van de Engelsen was in zekere zin vervelend, want we zagen officieren die helemaal anders zijn dan de onze; langs de andere kant, was het ook goed, want ik zag enkele officieren verlegen marcheren met een zak!!

Ik heb het geluk dat ik dicht bij een weg logeer en meer dan één morgen werd ik gewekt door hun muziek. Het is niet dezelfde muziek als in Londen, want de liedjes zijn zo onnozel dat zelfs de piotten ermee moesten lachen!

We lagen nog te snurken of de één of de andere had reeds de karakteristieke «boum-boum-badaboum-badaboum» gehoord. Dan riep men: «Manne, nog jampotte op de route» [4]. En men stond snel op om de Tommies, vol stof, te zien passeren. Iedereen is verschillend, maar de orde is perfect. Altijd dezelfde orde, in alles wat ze doen.

Je vraagt je misschien af of die Engelsen me aan mijn verlof deden terugdenken. Heel weinig, want dit is zo anders. Ze doen me alleen denken aan de lichtheid en de onrechtvaardigheid waarmee men, bij het begin van de oorlog, over dit schitterende volk heeft geoordeeld. Ik heb het zelf ook nog niet zo lang door, maar zeg je dit: als we eens de oorlog winnen, is het dank zij hen, zo straf is hun inbreng. We zouden de Duitse spionnen in onze linies kunnen laten rondwandelen, zodat ze met hun eigen ogen kunnen zien, dat - vroeg of laat - de strijd door ons zal gewonnen worden. Maar wanneer?

Ik stel met plezier vast dat er meer wat gematigdheid in uw brieven komt. Waarom ook in actie komen voor alle voorbereidingen zijn gedaan? Nee, maar als ik denk aan de ongelukkige die, tijdens mijn verlof, kwam vertellen dat Oostende heroverd is, begon mijn hart sneller te kloppen. Je zou er je geduld en je vertrouwen bij verliezen.

N.B. Je hoeft me geen levensmiddelen meer te sturen, behalve dan misschien die lekkere conserven van Army & Navy. Het is heel warm en we eten weinig. [5]

 

[1] Dat men nodig heeft om toegang te krijgen tot de officierenschool in Gaillon.

[2] 'The first hundred thousand' (1916) is een boek van Ian Hay, pseudoniem van de Schotse schrijver John Hay Beith (1876-1952). Hij was officier tijdens de oorlog en vertelt in dit boek het verhaal van de eerste 100.000 Britse oorlogsvrijwilligers.

[3] Begin juli 1917 had het Engelse leger de sector Nieuwpoort (De Panne inbegrepen) heroverd om een aanval te lanceren langs de kust, maar deze operatie werd geannuleerd.

[4] De Belgische soldaten noemden de Engelsen «jampotten» omdat ze veel konfituurpotten hadden die ze ruilden voor Belgisch brood.

[5] Vertaling op basis van 'Daniël Vanacker, Un mitrailleur à l'Yser, La correspondance de guerre de Jean Pecher.'

09:16 Gepost in Blog | Permalink | Commentaren (0)

De commentaren zijn gesloten.