11-09-17

Kaaskerke, dinsdag 11 september 1917

Gaston was de hele dag in de loopgraven. "Beschieting. Nooit zag ik de dood zo nabij als vandaag. Ik hield de wacht op een drie meter hoog heuveltje. Het was mooi weer en ik genoot van een schoon vergezicht op onze stellingen en op de Duitse. Tevreden omdat het moorden zo veraf leek, rookte ik dromerig een sigaretje, tot ik tot de werkelijkheid werd teruggeroepen door een dubbele ontploffing in de Duitse lijnen.

Benieuwd keek ik naar de stofwolk die uit de grond opsteeg. De Duitsers schieten in hun eigen lijnen, dacht ik. Helaas, daar ontplofte er al éé bij mijn heuveltje en één achter de wachtpost. Twee aan twee volgden de granaten rond mijn stelling, hoe langer hoe sneller, de wachtpost was het mikpunt. Mijn toestand werd hachelijk. Ik wou voor de dood mijn post niet verlaten en trachtte me moedig te houden, hoe bang ik ook was. Onder het duivels gerommel bad ik om sterkte, om steun om te kunnen sterven als het moest, liefst zonder veel lijden, want de dood scheen me onontkoombaar. Voor, achter, links en rechts regende het granaten. Vijf 150 mm vielen aan de voet van de verhevenheid voor mij zonder te ontploffen. (Ik was anders de lucht ingevlogen.)

Een makker die onder dit satanische geweld de schuilplaats onder de heuvel had verlaten (een dwaasheid) en bij mij was gekropen, kon niet meer terug en deelde een tijd mijn doodsangst. We troostten elkaar zo goed we konden en waren heel bereid de eeuwigheid in te trekken. Terwijl ik in stilte bad, bad hij luidop (ik wist niet dat hij bidden kon). Zo wachtten we twee eeuwigdurende uren op de dood, die gelukkig niet kwam. We zaten van kop tot teen onder stof en modder. [1]

1917-09-11-dagboek.jpg

Intussen profiteerde Jean van 24 uur verlof om naar Duinkerken te reizen. Daar hadden ze Louis Pauhlan (1883-1963), een van de eerste Franse piloten en nu gevechtspiloot in het Franse leger een vliegdemonstratie zien geven. Hij wilde even ontsnappen aan de oorlogssituatie, maar alles verliep zo traag en bovendien werd de nachttrein achtervolgt door D.. vliegtuigen zodat hij pas rond middernacht, onder het vreselijke geronk van de 'Fritz' in de verlaten straten van Duinkerken kwam en geconfronteerd werd met gebroken ruiten, vernielde huizen, lawaai van sirenes. Hij kreeg er meer schrik dan aan het front. Hoewel hij regelmatig de vraag kreeg om in een kelder te komen, stapte hij direct naar het 'Hôtel des Arcades' waar hij in februari ook al logeerde. Gelukkig was het daar wat rustiger. Hij genoot er van de schitterende kamer en sliep tussen de zijden lakens tot half tien. Dan nam hij een bad en ontbeet met koffie en een omelet, al was het brood er niet zo lekker als hier.

Een wandelingetje door de straten, leerde dat de schade beperkt gebleven was, maar de mensen waren natuurlijk wel uit hun slaap gehouden. Hij genoot van de gevederde hoeden en de bebloemde gueugueules. Na een maaltijd in het chiqueste restaurant, ging hij op zoek naar een auto die hem terug kon brengen.

Dit lijkt niets bijzonder, maar die luxe (zachte slaap, lekker eten, een stad, rijden met een auto) is voor hem de beste manier om zijn kop leeg te maken na 14 dagen administratief werk in de compagnie. [2]

 

[1] André Gysel, Gaston Le Roy, dagboek van een Vlaamse Oorlogsvrijwilliger tijdens WO1, Lannoo

[2] Vertaling op basis van 'Daniël Vanacker, Un mitrailleur à l'Yser, La correspondance de guerre de Jean Pecher.'

10:00 Gepost in Blog | Permalink | Commentaren (0)

Post een commentaar