13-09-17

Kaaskerke, donderdag 13 september 1917

Fons zit wellicht in de Rood-Kruispost aan het front.

1917-09-13-dagboek.jpg

en Gaston is afgelost. "Een lolletje dat me duur te staan zou kunnen komen. Ik maakte de mannen wijs dat de adjudant het bevel had gegeven dat de 5de Sectie kwart voor twee patatten moest jassen en de 6de Sectie oefeningen maken. Ondertussen maakte ik gebruik van een vergunning om het kantonnement te verlaten. Bij mijn terugkeer vernam ik hoe mijn lolletje de staf van de compagnie in moeilijkheden had gebracht. Pas om 4 uur waren er mannen om te oefenen." [1]

Na zijn verlof in het rommelige Duinkerken, is Jean weer op post. Nu kan hij vertellen dat hij tijdens de heenrit opgehouden werd door een klein Duits vliegtuig dat door de Engelsen was neergehaald. Toen mocht dit nog niet, vanwege de censuur.

De flaminganten in het leger hebben kunnen bereiken dat alle onderofficieren zich moeten kunnen uitdrukken in de twee landstalen [2]. "Niet meer dan juist", vindt Jean. Als manusje-van-alles kreeg hij van kapitein Mathieu de opdracht om hen les te geven. De ene dag Frans aan de Vlamingen, de andere dag Vlaams aan de Walen Hij is benieuwd naar het effect van zijn lessen, want de verstandhouding tussen Walen en Vlamingen is heel beperkt. Van het moment dat het bekend werd dat men de kans kregen om zich bij te scholen, kwamen heel wat gewone soldaten hem vragen of ze ook mochten komen. Daar is hij graag op in gegaan. De ijverigste zijn de Vlamingen, want ze weten dat je zonder Frans niets kan bereiken. Eerst vreesde hij dat zijn leerlingen bij de eerste moeilijkheden zouden afhaken, maar bij elke les stijgt het aantal deelnemers. Een betere manier om hem te bedanken is er niet. [3]

 

[1] André Gysel, Gaston Le Roy, dagboek van een Vlaamse Oorlogsvrijwilliger tijdens WO1, Lannoo

[2] Omdat de Vlaamse aanstokers meer respect eisten voor het Vlaams, ondertekende oorlogsminister generaal Armand De Ceuninck (1858-1935) op 22 augustus een omzendbrief die zegt dat het leger de wettelijke voorschriften over het taalgebruik moet respecteren en dat het onaanvaardbaar is dat officieren na 3 jaar de taal van hun ondergeschikten nog niet spreken. een omzendbrief van 13 september beslist dat de chefs de twee nationale talen zo vlug mogelijk moeten leren (Daniël VANACKER, 0. c., pp. 233, 242-243).

[3] Vertaling op basis van 'Daniël Vanacker, Un mitrailleur à l'Yser, La correspondance de guerre de Jean Pecher.'

19:09 Gepost in Blog | Permalink | Commentaren (0)

De commentaren zijn gesloten.