18-04-18

Kruisabele, donderdag 18 april 1918

Het is de beurt aan ons regiment om naar de loopgraven te gaan, vandaag vertrekt de compagnie van Gaston.

(De legerberichten zijn triestig en dubbelzinnig. Armentières zou ontruimd zijn, Merville en Bailleul bezet. Portugese en Engelse troepen zouden zich terugtrekken. Wat nog? Zullen wij de pas worden afgesneden?)

De dagbladen worden verslonden en de soldaten maken er hun filosofische bedenkingen bij: 'Zijn de Duitsers nog niet in Calais?' , 'Moeten wij nog niet gaan lopen?'

We lossen de cavalerie af. Het is kalm. In de bunker houden we zitting en spreken over duizenden zaken: de oorlog, de Vlaamse Beweging ... tot het uur aanbreekt om naar de voorpost te trekken.

Het zijn allemaal gevechtsposten midden het water: in ruïnes of op opgehoopte grond. Als een verkenner slenter ik de hele nacht van links naar rechts. Ik moet meer oppassen om niet van de loopbruggetjes in het water te vallen en niet zozeer voor mogelijk verdoken vijanden. De nacht gaat snel voorbij. Het weer is guur en als ik voor de dageraad om koffie ga, sneeuwt en hagelt het. Echte aprilse grillen. [1]

 

[1] André Gysel, Gaston Le Roy, dagboek van een Vlaamse Oorlogsvrijwilliger tijdens WO1, Lannoo

11:36 Gepost in Blog | Permalink | Commentaren (0)

De commentaren zijn gesloten.